P4-K1 Managmentinformatie

1. Je verzamelt informatie van verschillende afdelingen of collega’s. Of je verzamelt zelf informatie over bedrijfsprocessen uit diversen bronnen.

  • Maak een lijst met de benodigde informatie. Noteer waar (via welke collega of bron) je deze informatie kunt vinden.
  • Stuur een mail naar een collega waarin je vraagt om de benodigde informatie.
  • Verzamel informatie over een bedrijfsproces, zoals het aantal uitgevoerde orders, het aantal gereden kilometers of de winst van deze week.
  • Bewaar de gevonden informatie volgens een geordend systeem.

2. Je verwerkt de zelfgevonden of aangeleverde informatie met betrekking tot financiële zaken in tabellen of grafieken.  Je berekent Key Performance Indicatoren (KPI’s of kengetallen).

  • Stel een grafiek of tabel op waarin je een vergelijking maakt tussen de huidige prestatie, het resultaat of de kosten en die van voorafgaande periodes.
  • Bereken de voor het bedrijfsproces relevante kengetallen zoals omloopsnelheid of liquiditeit.
  • Maak een grafiek of tabel waarin je een vergelijking maakt tussen een kengetal van het bedrijf en kengetallen van andere bedrijven of van de branche.
  • Maak een grafiek of tabel waarin je laat zien hoe een Key Performance Indicator, zoals bijvoorbeeld een debiteurentermijn, zich ontwikkelt in een bepaalde tijdsperiode.

3. Je signaleert bijzonderheden ten aanzien van bedrijfsprocessen. Je beoordeelt de gevonden informatie door deze te vergelijkingen met informatie uit het bedrijf of de markt of met de geformuleerde doelstellingen. Waar mogelijk breng je in kaart wat de oorzaken zijn waardoor de resultaten of doelstellingen niet zijn gehaald..

  • Stel een lijst met zaken die je opvallen ten aanzien van kosten, opbrengsten of winst.
  • Maak een vergelijking tussen bijvoorbeeld de winstgevendheid van het eigen bedrijf en die van vergelijkbare bedrijven.
  • Noteer wat mogelijke oorzaken kunnen zijn waardoor het resultaat of de prestatie minder goed zijn dan verwacht.
  • Maak een lijst met zaken die zijn veranderd of aangepast en die een positieve rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van het resultaat of de prestatie.
  • Voorspel op grond van cijfers uit het verleden of heden, de ontwikkeling van een kengetal zoals bijvoorbeeld de kredietduur van debiteuren.

4. Je stelt op verzoek een rapportage op met managementinformatie. Je gebruikt hierbij een standaardmodel of richtlijnen over de op te leveren informatie. Je verwerkt in het rapport grafieken, tabellen en/of kengetallen.

  • Stel een rapport op over een bedrijfsproces volgens de richtlijnen van het bedrijf.
  • Schrijf een beknopte samenvatting van een rapport over een bedrijfsproces.
  • Verwerk de rapportage in de vorm van een presentatie.
Dit bericht is gepost in Niet gecategoriseerd. Bookmark de link.