1. Je maakt (perodieke) boekingen van financiële feiten in het memoriaal. Je voert, indien nodig, voorafgaande journaalposten in ten behoeve van de balans en resultatenrekening.
- Beschrijf welke financiële feiten in het memoriaal worden geboekt. Noteer hierbij of deze boekingen periodiek (maandelijks, jaarlijks) of incidenteel zijn.
- Stel boekingen op voor het memoriaal. Laat deze boekingen controleren. Denk hierbij aan afschrijvingen en privégebruik bedrijfsmiddelen.
- Boek periodieke kosten of opbrengsten in het memoriaal. Laat deze boeking door een collega controleren.
- Zoek uit of er overlopende posten zijn die nog geboekt moeten worden. Maak hiervan een boekingsvoorstel.
- Voer (voorafgaande) journaalposten in in de financiële administratie.
- Herstel een fout in een boeking door middel van een correctieboeking.
2. Je stelt een (maandelijkse of jaarlijkse) balans en resultatenrekening op. Je controleert de aansluitingen tussen de beginbalans en de voorafgaande maand- of jaarrekening en tussen de saldibalans en het grootboek.
- Omschrijf de bedrijfsregels die je volgt bij het opstellen van een balans en resultatenrekening.
- Stel een balans en resultatenrekening op volgens de geldende bedrijfsregels.
- Maak een vergelijking tussen de posten van de balans (bijvoorbeeld vaste activa) en/of resultatenrekening (bijvoorbeeld afschrijvingskosten) van deze periode en de vorige periode. Gebruik hierbij onderliggende stukken. Geef aan wat de oorzaak is van opvallende verschillen.
- Vergelijk de saldi van de saldibalans met die van de grootboekkaarten.
- Analyseer de oorzaak van het verschil tussen een post op de saldibalans en de grootboekrekening.
- Schrijf een concepttoelichting op de balans en resultatenrekening.
3. Je voert de aangifte omzetbelasting in op basis van relevante posten uit het grootboek. Je controleert de berekeningen en vergelijkt de aangifte met die van eerdere perioden.
- Verzamel gegevens die je nodig hebt voor de aangifte omzetbelasting.
- Zoek uit wat de werkwijze is voor het opmaken van de aangifte omzetbelasting.
- Stel vast of gegevens in verband met de aangifte omzetbelasting correct en volledig zijn. Maak correcties van onjuiste of vergeten boekingen.
- Ga na welke berekeningen uitgevoerd zijn voor de aangifte omzetbelasting en controleer deze berekeningen.
- Stel een conceptaangifte omzetbelasting op volgens de wettelijke eisen.
- Maak een btw-boeking waarbij het saldo van de btw-grootboekrekeningen op € 0,- is gezet en het afrondingsverschil is geboekt.
- Vergelijk een conceptaangifte omzetbelasting met de aangiften van voorgaande periodes.
4. Je rapporteert bijzonderheden aan je leidinggevende. Je overlegt hoe je fouten kunt herstellen en/of voorkomen. Je maakt een voorstel voor een correctieboeking.
- Bespreek met je leidinggevende welke stappen je moet nemen bij het aantreffen van afwijkingen van gegevens en noteer deze stappen.
- Stel een lijst op met veelgemaakte fouten en vermeld daarbij hoe je deze fouten kunt voorkomen.
- Onderzoek welke informatie uit het financiële systeem je leidinggevende wekelijks/maandelings wil ontvangen. Verzamel deze informatie en bied die aan in de vorm van een beknopte rapportage.
- E-mail je leidinggevende over fouten en bijzonderheden die je hebt vastgesteld in het memoriaal.
- Maak een voorstel voor een correctieboeking. Bespreek dit voorstel met een collega of je leidinggevende.
- Stel een rapport op met daarin de fouten en bijzonderheden die je hebt aangetroffen bij het opstellen van de balans en resultatenrekening.