Je informeert medewerkers in een werkoverleg of – bespreking over het beleid, de werkzaamheden en eventuele knelpunten. Je zorgt ervoor dat werkzaamheden worden uitgevoerd. Je geeft hierbij opdrachten en instructies. Aan het eind van de werkdag evalueer en bespreek je met je medewerkers de knelpunten.
Voer een werkoverleg:
- Maak een agenda van het werkoverleg. Lever deze in bij je praktijkbegeleider .
- Voer een werkoverleg met je
- Maak het doel van het overleg
- Leg het team uit hoe het overleg
- Maak duidelijke afspraken tijdens het
Maak een verslag van het werkoverleg. Stuur de medewerkers aan:
- Geef medewerkers duidelijke aanwijzingen, instructies en/of
- Bewaak de kwaliteit en productiviteit van de medewerker aan de hand van vooraf gestelde eisen en
- Zorg ervoor dat de medewerkers hun persoonlijke doelen (waar mogelijk)
- Signaleer en onderzoek problemen in de uitvoering van de
- Bespreek de problemen en belangrijke zaken met het team/medewerkers.
- Vraag naar de mening van het team/medewerkers over deze
- Geef een oplossing voor de
Maak een verslag over de aansturing van de medewerkers:
- Hoe ging de aansturing (wat ging goed, wat ging minder goed, wat doe je een volgende keer anders?),
- hebben de medewerkers hun doelen van de dag gehaald?
- Wat waren de knelpunten en hoe zijn deze opgelost?
Wat moet je inleveren? Voor deze opdracht hoef je niets in te leveren in praktijkbeoordelen.nl. De praktijkbegeleider zal je wel een (of meerdere) keer observeren, terwijl je dit doet en je feedback geven.