P3-K2-W1 Je maakt de planning en het werkrooster.
Je doet dit voor de periode waarin je operationeel plan geldt. Je let daarbij op de mogelijkheden en kwaliteiten van de medewerkers.
Wat moet je doen?
- Maak de planning.
- Schrijf een logische volgorde op.
- Geef de werkzaamheden aan de medewerker die daarvoor het meest geschikt is.
- Maak het werkrooster.
- Met welke wettelijke regels (cao-bepalingen, Arbowet) moet jij rekening houden? Beschrijf deze in een verslag.
- Houd in de planning en het werkrooster rekening met de wettelijke regels.
- Stem het plan af met je praktijkbegeleider.
Vraag hem om uitleg of hulp als je iets niet begrijpt.
Het resultaat is een verslag met daarin:
- De door jou opgestelde planning voor de inzet van medewerkers.
- Het werkrooster dat daarbij hoort.
- Een uitleg van de cao-bepalingen en wettelijke regels waar jij rekening mee moet houden. Leg ook uit waarom jij rekening moet houden met deze regels.
- Een onderbouwing van je keuze waarom de medewerker geschikt is voor de werkzaamheden.
Wat moet je inleveren? Het gemaakte werkrooster
P3K2W2 Je werkt een dag als leidinggevende.
Je informeert medewerkers in een werkoverleg of –bespreking over het beleid, de werkzaamheden en eventuele knelpunten. Je zorgt ervoor dat werkzaamheden worden uitgevoerd. Je geeft hierbij opdrachten en instructies. Aan het eind van de werkdag evalueer en bespreek je met je medewerkers de knelpunten.
Voer een werkoverleg:
- Maak een agenda van het werkoverleg. Lever deze in bij je praktijkbegeleider .
- Voer een werkoverleg met je team.
- Maak het doel van het overleg duidelijk.
- Leg het team uit hoe het overleg verloopt.
- Maak duidelijke afspraken tijdens het overleg.
Maak een verslag van het werkoverleg.
Stuur de medewerkers aan:
- Geef medewerkers duidelijke aanwijzingen, instructies en/of opdrachten.
- Bewaak de kwaliteit en productiviteit van de medewerker aan de hand van vooraf gestelde eisen en planning.
- Zorg ervoor dat de medewerkers hun persoonlijke doelen (waar mogelijk) halen.
- Signaleer en onderzoek problemen in de uitvoering van de werkzaamheden.
- Bespreek de problemen en belangrijke zaken met het team/medewerkers.
- Vraag naar de mening van het team/medewerkers over deze problemen.
- Geef een oplossing voor de problemen.
Maak een verslag over de aansturing van de medewerkers:
- Hoe ging de aansturing (wat ging goed, wat ging minder goed, wat doe je een volgende keer anders?),
- hebben de medewerkers hun doelen van de dag gehaald?
- Wat waren de knelpunten en hoe zijn deze opgelost?
Wat moet je inleveren? Voor deze opdracht hoef je niets in te leveren in praktijkbeoordelen.nl. De praktijkbegeleider zal je wel een (of meerdere) keer observeren, terwijl je dit doet en je feedback geven.
P3K2W3 Formele gesprekken voeren
Wat moet je doen?
- Evaluatiegesprek met teamleden
- Je evalueert de werkzaamheden.
- Je bespreekt met de teamleden knelpunten/verbeterpunten.
- Je helpt de teamleden om hun opvattingen hierover te delen.
- Je bespreekt zaken die het uitvoeren van het werk en de harmonie in het team zouden kunnen verbeteren.
- Je maakt duidelijk afspraken over mogelijke verbeterpunten tijdens het evaluatiegesprek (dit lever je in als bewijs).
Evaluatiegesprek met (lerende) medewerker
Bereid het gesprek voor:
- Je onderzoekt gegevens over het functioneren van de medewerker.
- Je bekijkt welke doorgroeimogelijkheden er zijn voor de medewerker.
Voer het gesprek:
- Je voert het gesprek zonder vooroordeel en vanuit het idee dat iedereen recht heeft op gelijke kansen.
- Je voert het gesprek volgens de wettelijke regels en de regels van het bedrijf.
- Je stemt taalgebruik en toon af op de medewerker.
- Je toetst de door jou onderzochte gegevens over het functioneren van de medewerker.
- Je geeft de medewerker heldere, onderbouwde en opbouwende feedback over zijn functioneren.
- Je informeert de medewerker op een duidelijke manier.
- Je motiveert de medewerker om doelen te bereiken, uitdagingen aan te gaan en eigen ideeën in te brengen.
- Je maakt duidelijk afspraken over mogelijke verbeterpunten tijdens het evaluatiegesprek (dit lever je in als bewijs).
Wat lever je in?
- De gemaakte afspraken tijdens het evaluatiegesprek met teamleden over mogelijke verbeterpunten.
- De gemaakte afspraken tijdens het evaluatiegesprek met de (lerende) medewerker over
mogelijke verbeterpunten.