P3-K3 Voert beheerstaken uit

P3-K3-W1 Je schrijft een operationeel plan. Passend bij trends, ontwikkelingen en doelstellingen van het bedrijf.

Wat moet je doen?
Je gaat in overleg met je praktijkbegeleider waar je een operationeel plan voor gaat maken en wat het doel/de doelen van het plan is.

Bijvoorbeeld:

  • een verbetering binnen je team;
  • inspelen op actuele ontwikkelingen in de markt;
  • een verbetering van een bedrijfsproces;
  • een opdracht voor een project.

Pas als je weet wat het doel/de doelen van het plan is/zijn, begin je met het schrijven ervan.

Schrijf het operationeel plan. Zorg dat de volgende punten daarin staan:

  • de opdracht die je hebt gekregen;
  • het doel/ de doelen voor jouw operationeel plan;
  • hoe je deze doelen kunt halen;
  • de kansen en risico’s;
  • de werkzaamheden;
  • de eisen waaraan de werkzaamheden moeten voldoen;
  • hoe je de werkzaamheden op elkaar hebt afgestemd;
  • hoeveel medewerkers er op de korte en lange termijn nodig zijn op basis van het plan (forecast)

Bij het schrijven van het operationeel plan let je op de volgende punten:

  • Schrijf de werkzaamheden in een logische volgorde op.
  • Schrijf nauwkeurig.
  • Schrijf je plan met een logische opbouw.
  • Gebruik de juiste spelling en grammatica.

Wat moet je inleveren?

  • Een SWOT-analyse.
  • Een operationeel plan.

P3-K3-W2 Je maakt een financiële begroting voor de werkzaamheden uit je operationeel plan.

Eerst onderzoek je de omzet van de afdeling op basis van beschikbare financiële informatie. Ook voer je een kostenberekening uit. Daarna maak je de begroting. Je trekt hieruit conclusies die je bespreekt met je praktijkbegeleider.

Wat moet je doen?

  • Onderzoek, indien van toepassing, de omzet van de afdeling op basis van beschikbare financiële informatie.
  • Maak een prognose over de mogelijk haalbare opbrengst van je plan.
  • Voer kostenberekeningen uit.
  • Maak een begrotingsvoorstel op basis van de te verwachten opbrengsten en kosten.
  • Trek hieruit conclusies en schrijf deze op.
  • Maak de begroting.
  • Bespreek de begroting met je praktijkbegeleider.
  • Vraag hem om uitleg of hulp als je iets niet begrijpt.

Het resultaat is:

  • Een financiële begroting die onderbouwd is met een rapportage van de opbrengsten en kostenberekeningen.
  • De uitwerking maak je in Excel of ander vergelijkbaar programma.

Wat moet je inleveren? Een begrotingsvoorstel.

P3-K3-W3 Besparen op je begroting.

In opdracht 2 heb je een begroting gemaakt. Je kijkt nu nog een keer naar de begroting. Waar kun je nog besparen op kosten en uitgaven? De praktijkbeoordelaar geeft aan welk budget bijgesteld moet worden. Je legt uit waarom je meer kosten hebt gemaakt. Je geeft een voorstel om afwijkingen in de toekomst te voorkomen

Wat moet je doen?

  • Vergelijk de begrote kosten met de kosten die zijn gemaakt.
  • Verwerk deze kosten in een rapportage.
    Schrijf een verslag over de budgetoverschrijding.
  • Leg uit waarom je meer kosten hebt gemaakt.
  • Bedenk een voorstel om budgetoverschrijding in de toekomst te voorkomen.
  • Leg uit hoe je medewerkers aanspreekt op afwijkingen van afspraken en/of uitgaven.

Werk volgens wettelijke regels en de regels van het bedrijf.  Vraag je praktijkbegeleider om uitleg of hulp als je iets niet begrijpt.

Het resultaat is een verslag met daarin:

  • Een rapportage van de begrote kosten en de kosten die zijn gemaakt.
  • Een voorstel waarin je uitlegt hoe je budgetoverschrijding in de toekomst voorkomt.
  • Een beschrijving waarin je uitlegt hoe je medewerkers aanspreekt op afwijkingen.

Wat moet je inleveren? Een voorstel met daarin: Een overzicht van de begrote kosten en de kosten die zijn gemaakt. Een voorstel waarin je uitlegt hoe je budgetoverschrijdingen in de toekomst voorkomt.

Dit bericht is gepost in Niet gecategoriseerd. Bookmark de link.