B1-K2 Begeleidt retailondersteunde processen

W1: Begeleidt de goederenstroom

Context van de leeropdrachten:
Je onderhoudt contacten met vervoerders, met leveranciers en eventueel met het hoofdkantoor over de goederenstroom. Als dat nodig is, bepaal jij welke goederen in welke hoeveelheden en op welke momenten beschikbaar moeten zijn. Je houdt het voorraadniveau bij. Je gaat na welke aanvullingen of correcties nodig zijn. Je neemt hierop actie of je laat dit doen. Je maakt hierbij van de beschikbare technologie.

Je geeft medewerkers aanwijzingen over de uitvoering van het werk. Als er afwijkingen zijn, zoek je naar een passende oplossing. Je controleert de leveringsdocumenten en geeft retouren en emballage mee aan de leverancier of vervoerder.

Je controleert of de ruimte waar de goederen staan veilig en netjes blijft. Je zorgt ervoor dat afval en andere materialen worden afgevoerd.

W2: Begeleidt de artikelpresentatie en/of visual merchandising

Context van de leeropdrachten:
je geeft medewerkers informatie over het presentatieplan. Je legt medewerkers uit wat ze moeten doen en hoe ze het werk moeten uitvoeren. Je controleert of de artikelpresentaties en/of visual merchandising voldoen aan de eisen van het bedrijf. Als de commerciële aantrekkelijkheid van een presentatie verhoogd kan worden, neem je initiatief om dit te verbeteren.

Je controleert of:
– er gewerkt wordt volgens de regels over arbo, veiligheid en duurzaamheid
– afspraken over tempo en kwaliteit worden gehaald
– derving zoveel mogelijk wordt voorkomen
– klanten geen overlast hebben van het werk

Als er afwijkingen of problemen zijn, neem je actie om het op te lossen. Of je meldt dit aan de juiste persoon.

W3: Informeert het retailteam over trends, bedrijfsvoering en visie

Context van de leeropdrachten:
Je zorgt dat je actuele kennis hebt over:
– actuele ontwikkelingen en trends in de retail
– actuele ontwikkelingen en trends in jouw branche
– actuele ontwikkelingen in de eigen organisatie
– de commerciële resultaten van het team.

Je onderzoekt welke actuele ontwikkelingen of trends nu of binnenkort van invloed zijn op jouw bedrijf en het team.

Je geeft uitleg aan medewerkers over deze trends en ontwikkelingen. Je legt uit wat de gevolgen zijn voor de betrokken medewerkers en wat er van het team verwacht wordt. Je doet via de gebruikelijke digitale informatiekanalen of tijdens een werkbespreking.

W4: Initieert en/of begeleidt verbeterprocessen binnen de eigen afdeling of vestiging

Context van de leeropdrachten:
Als manager heb je informatie nodig om de juiste beslissingen te nemen. Bijvoorbeeld informatie over de afzet per artikel, de omzet per dag, de omzet per fte, kosten en brutowinst. Deze informatie noemen we sturingsdata.

Je onderzoekt welke sturingsdata en andere informatie beschikbaar is voor jou als manager. En je onderzoekt welke informatie beschikbaar is voor medewerkers.

Je brengt deze informatie in verband met de commerciële activiteiten van het team en het klantgedrag. Je analyseert de verzamelde informatie. Je gebruikt deze informatie om voorstellen te doen hoe jullie de commerciële resultaten van het team kunnen verhogen.

W5: Profileert de organisatie in de lokale markt

Context van de leeropdrachten:
Je onderzoekt hoe je het bedrijf kan presenteren op de lokale markt. Bijvoorbeeld, je presenteert het bedrijf aan klanten tijdens een lokale promotieactiviteit. Je geeft uitleg over jouw bedrijf en het assortiment. Of je praat mee in een lokaal netwerk van ondernemers, bijvoorbeeld de winkeliersvereniging. Met jouw activiteit verbeter je de uitstraling en commerciële positie van het bedrijf.