B1-K4-W1: Vertaalt ondernemingsbeleid naar de eigen situatie
Context van de leeropdrachten:
De manager retail vertaalt het ondernemingsbeleid naar de eigen situatie te vertalen en stemt deze af met de lokale situatie/activiteiten. Zij/hij signaleert ontwikkelingen in de (lokale) markt, beschrijft de lokale situatie, brengt concurrentie en andere risico’s in kaart en vertaalt de bevindingen naar kansen voor diens eigen onderdeel (filiaal/vestiging/afdeling).
Samen met een leidinggevende bepaalt zij/hij de korte- en lange-termijn doelstellingen voor de eigen situatie. In een jaar- of kwartaalplan geeft zij/hij de doelstellingen weer en beschrijft in hoofdlijnen hoe deze doelen bereikt worden, welke activiteiten ondernomen moeten worden, welke tijdlijn daarbij hoort en welke middelen en mensen daarvoor nodig en/of beschikbaar zijn.
Afhankelijk van de richtlijnen van het hoofdkantoor ontwikkelt of past zij/hij plannen op het gebied van presentatie en promotie in meer of mindere mate aan, bepaalt(een deel van) het assortiment en prijs en/of stelt personeelsplannen op. Zij/hij beschrijft zijn ideeën in plannen of presenteert deze aan diens leidinggevende.
B1-K4-W2: Voert een activiteitenplan uit en doet verbetervoorstellen voor beleid
Context van de leeropdrachten:
De manager retail voert het activiteitenplan uit. Zij/hij vergelijkt tijdens de uitvoering van de activiteiten de (tussen)resultaten met de vooraf gestelde doelstellingen uit het kwartaal- of jaarplan/activiteitenplan, gaat na wat de bereikte (tussen)resultaten en gemaakte kosten van de activiteiten de en in hoeverre deze afwijken van het oorspronkelijke plan.
Zij/hij evalueert het gevoerde beleid en gaat na of veranderingen in de (lokale) markt en/of in de doelgroep aanpassing
van plan en activiteiten vragen. Zij/hij brengt zijn bevindingen in overleg met diens leidinggevende of collega’s in en doet
verbetervoorstellen. Waar nodig stuurt zij/hij direct bij door activiteiten aan te passen. zij/hij verantwoordt de resultaten
aan diens leidinggevende en licht gemaakte keuzes toe.
B1-K4-W2: Voert een activiteitenplan uit en doet verbetervoorstellen voor beleid
Context van de leeropdrachten:
– Signaleert bij het evalueren van het beleid verbeterpunten die gericht zijn op het reduceren van kosten en/of formuleert verbetervoorstellen die gericht zijn op kostenbewust handelen binnen de onderneming.
– Anticipeert tijdig op afwijkingen en ontwikkelingen met verbetervoorstellen die passen bij de gehanteerde winkelformule en het beleid van de onderneming.
B1-K4-W3: Maakt een omzet- en kostenplan en bewaakt deze
Context van de leeropdrachten:
De manager retail stelt op basis van het jaar- of kwartaalplan een omzet- en kostenplan op. Zij/hij verwerkt hierin de
beschikbare gegevens en neemt een kosten- en batenanalyse op. Zij/hij trekt conclusies over onder andere beschikbare budgetten en de personeelsomvang in het filiaal/de vestiging/de afdeling. Zij/hij bespreekt zijn omzet- en kostenplan met het hoofdkantoor/diens leidinggevende en verantwoordt gemaakte keuzes en/of de bevindingen. Ook hanteert zij/hij registratiesystemen om de verkoopcijfers te analyseren. Zij/hij interpreteert deze cijfers door deze te relateren aan prognoses en ontwikkelingen. Daarnaast onderzoekt zij/hij de oorzaak van tegenvallende verkoopcijfers.
Zij/hij analyseert de financiële resultaten en maakt rapportages waarin de financiële consequenties van het gevoerde
beleid in kaart worden gebracht.
Periodiek zorgt zij/hij ervoor dat de financiële gegevens ingevoerd en geanalyseerd worden (omzetcijfers, balansen, prognoses, begrotingen). Zij/hij vergelijkt de beschikbare financiële informatie met de geprognosticeerde omzet en kosten. Zij/hij trekt conclusies over de bevindingen en bespreekt deze met het hoofdkantoor en/of diens leidinggevende. Daar waar nodig grijpt zij/hij in of doet verbetervoorstellen om de uitvoering van het beleid aan te passen.
B1-K4-W4: Verwerkt assortiments-, verkoop-, voorraad- en klantgegevens
Context van de leeropdrachten:
De manager retail controleert het informatiesysteem, zoals van de webshop, intern communicatiesysteem of internet op berichten. Zij/hij gaat na welke activiteiten urgent en belangrijk zijn, pakt deze zelf op of legt deze bij een collega of bij het hoofdkantoor neer.
Zij/hij controleert verder of gegevens in het systeem actueel zijn en verzamelt of levert de gevraagde gegevens over het assortiment, de verkoop, de voorraad en klanten aan het hoofdkantoor aan. Zij/hij vraagt verkooprapportages van zijn medewerkers op en kijkt of deze kloppen. Zij/hij voert deze in veel gevallen in het geautomatiseerd systeem in. Ook afwijkingen voert zij/hij in. Zij/hij levert rapportages met verantwoording aan diens leidinggevende aan en geeft aan welke aandachtspunten zij/hij signaleert. Zij/hij bespreekt zijn bevindingen met de leidinggevende en bepaalt vervolgactiviteiten.
B1-K4-W5: Formuleert verbetervoorstellen ten aanzien van de marktpositie in de lokale markt
Context van de leeropdrachten:
De manager retail brengt in kaart hoe binnen de bedrijfsformule/kaders van de organisatie het verkooppotentieel kan worden vergroot op de lokale markt, daarbij betrekt zij/hij trends en ontwikkelingen ten aanzien van het assortiment en de branche. Zij/hij onderzoekt bijvoorbeeld of binnen de bedrijfsformule/kaders van de organisatie deelgenomen kan worden aan sociale media of lokale promotie-activiteiten. Zij/hi brengt voor zijn leidinggevende de afwegingen in kaart en wat mogelijke opbrengsten en kosten zijn. Ook wanneer er nieuwe ontwikkelingen binnen de bedrijfsformule vormgegeven worden, bekijkt zij/hij op welke manier deze het best kunnen worden ingezet om het effect zo groot mogelijk te laten zijn (zoals gebruik van online-toepassingen in de winkel).
B1-K4-W6: Profileert de organisatie/het organisatie-onderdeel op lokaal niveau
Context van de leeropdrachten:
De manager retail voert werkzaamheden uit om de onderneming/het bedrijfsonderdeel te presenteren aan klanten en andere relaties. Zij/hij bemant beursstands/marktkramen, geeft presentatie of acte de presence tijdens (lokale) ondernemingsactiviteiten. Zij/hij geeft uitleg over de onderneming/het bedrijfsonderdeel en/of het aanbod tijdens verschillende activiteiten.
B1-K4-W7: Inventariseert personeels- en opleidingsbehoefte
Context van de leeropdrachten:
De manager retail inventariseert personeels- en opleidingsbehoefte voor (individuele) medewerkers. Hij onderzoekt of er in-, door- of uitstroom of ontwikkeling van medewerkers nodig is en betrekt hierbij onder meer het organisatiebeleid, het jaar- of kwartaalplan, ontwikkelingen in en buiten de organisatie en de huidige personeelssamenstelling. Hij signaleert een tijdelijke of structurele behoefte aan ontwikkeling/opleiding en nieuwe medewerkers op basis van de (verwachte) omzet en werkzaamheden. Hij bekijkt de mogelijkheden binnen het personeelsbudget voor het opleiden of aannemen van (extra) medewerkers en brengt in kaart aan welke soort opleiding of medewerker behoefte is. Hij verwerkt deze gegevens in voorstellen aan zijn hoofdkantoor/ondernemer of leidinggevende en ondersteunt deze waar mogelijk met financiële gegevens of alternatieven.
B1-K4-W8: Assisteert bij de werving en selectie van medewerkers
Context van de leeropdrachten:
De manager retail assisteert zijn leidinggevende en/of de afdeling HRM en/of het uitzendbureau bij het werven en selecteren nieuwe medewerkers. Voor het werven en opstellen van selectiecriteria hanteert hij informatie van zijn leidinggevende, informatie over een veranderende behoefte aan personeel, eventuele voorvallen en (veranderende) eisen waaraan (nieuwe) medewerkers voor vaste of tijdelijke functies moeten voldoen. Hij gaat na op welke wijze geschikte medewerkers geworven kunnen worden en aan welke eisen medewerkers moeten voldoen. Hij bedenkt vragen en methoden om medewerkers te selecteren. Hij adviseert zijn leidinggevende hierover of voert de werving en selectie mede uit.