B1-K3-W1: Maakt werkplanningen
Context van de leeropdrachten:
De manager retail signaleert en organiseert de werkzaamheden in het filiaal of op de afdeling. Zij/hij maakt op basis van de personeelsbezetting en het activiteitenplan een werkplanning. Zij/hij communiceert deze werkplanning aan de medewerkers. Wanneer de werkplanning aangepast moet worden door (ongeplande) afwezigheid van medewerkers en/of verandering van werkzaamheden, zoekt hij naar een oplossing en past de planning aan.
B1-K3-W2: Begeleidt medewerkers bij werkzaamheden
Context van de leeropdrachten:
De manager retail staat de medewerker(s) bij op de werkvloer. Zij/hij informeert en instrueert de medewerkers over de te verrichten taken, prioriteiten, productiviteits- en kwaliteitsnormen, te behalen resultaten en/of projecten. Zij/hij biedt de medewerkers ruimte om vragen te stellen en te reageren. Zij/hij ziet erop toe dat de medewerkers de werkzaamheden uitvoeren volgens procedures en werkinstructies. Zij/hij stuurt de werkuitvoering bij door aanvullende informatie of extra instructie te geven of werkzaamheden anders te organiseren. Zij/hij geeft de medewerkers inzicht hoe werkzaamheden optimaal uitgevoerd kunnen worden. Zij/hij observeert de medewerkers en signaleert wie (extra) ondersteuning nodig heeft en voorziet daarin.
B1-K3-W3: Organiseert en voert werkoverleg
Context van de leeropdrachten:
De manager retail voert werkoverleg met de medewerkers. Zij/hij informeert hen over het ondernemingsbeleid, ontwikkelingen in de organisatie, de (afdelings)resultaten, de actuele zaken en de (eventuele) knelpunten en/of verbeterpunten. Ook geeft Zij/hij aan wat veranderingen voor de werkuitvoering betekenen. Zij/hij geeft door het stellen van doelen en prioriteiten en door het maken van duidelijke resultaatafspraken richting aan de inhoud van het werkoverleg en zorgt dat de gemaakte afspraken worden vastgelegd. Zij/hij bespreekt de uitgevoerde werkzaamheden met de medewerkers en geeft feedback.
B1-K3-W4: Voert personeelsbeleid uit
Context van de leeropdrachten:
De manager retail bekijkt op welke wijze medewerkers begeleid kunnen worden in hun functie. Zij/hij verzamelt informatie over het functioneren van medewerkers en trekt hieruit conclusies. Indien nodig doet hij aan de hand het functioneren van de medewerker een aanpassingsgericht of een ontwikkelingsgericht voorstel. Ook levert zij/hij een bijdrage aan het beoordelen van medewerkers. De daarbij behorende (personeels)administratie (bij de in-, door- en uitstroom van medewerkers) verzorgt zij/hij. Met betrekking tot personele aangelegenheden rapporteert zij/hij verder aan het hoofdkantoor de urenplanning, het ziekteverzuim en de omzet per gewerkt uur.