P4-K1 Aanbieden van een bewegingsagogisch-programma op basis van een ondersteuningsplan

P4-K1-W1 Stelt de ondersteuningsvraag en doelstellingen voor een bewegingsagogisch-programma vast

De beginnend beroepsbeoefenaar voert een intakegesprek met een individuele cliënt of groep cliënten. In het gesprek stelt hij/zij vragen over veranderwensen, behoeftes en de woon- en leefsituatie van de cliënt(en), observeert de bewegingsmogelijkheden van de cliënt(en) en neemt eventueel tests af. De beginnend beroepsbeoefenaar bespreekt de bevindingen op basis van de verzamelde informatie met de cliënt(en) en betrokkene(n). Vervolgens bepaalt hij/zij in overleg met de cliënt(en) en betrokkenen de ondersteuningsvraag en doelstellingen voor het bewegingsagogisch programma. De beginnend beroepsbeoefenaar voert overleg met het (multi- of interdisciplinaire) team. Hij/zij licht de bevindingen toe en brengt zijn/haar deskundigheid in. Hij/zij legt de bevindingen, de ondersteuningsvraag en doelstellingen voor het bewegingsagogisch programma vast volgens de richtlijnen van de organisatie.

P4-K1-W2 Stelt een bewegingsagogisch-programma op

De beginnend beroepsbeoefenaar traint, coacht en begeleidt een individuele cliënt of een groep cliënten op basis van het bewegingsagogisch programma. Voor deelnemers die niet in staat zijn zelf actief te bewegen organiseert hij/zij ‘bewegingservaringen’. Hij/zij zet (hulp)middelen in, geeft uitleg en instructie, demonstreert, geeft toelichting en geeft feedback op de uitvoeringswijze. Hij/zij past waar nodig bewegingssituaties aan aan de cliënt(en) en de omstandigheden. De beginnend beroepsbeoefenaar geeft daarnaast adviezen aan cliënt(en), collega’s en betrokkenen om het bewegen van cliënt(en) te stimuleren, bijvoorbeeld over bewegen in de woon- en leefomgeving, een gezonde leefstijl en het gebruik van beweegaccommodatie, materialen en middelen.

P4-K1-W3 Voert het bewegingsagogisch-programma uit

De beginnend beroepsbeoefenaar traint, coacht en begeleidt een individuele cliënt of een groep cliënten op basis van het bewegingsagogisch programma. Voor deelnemers die niet in staat zijn zelf actief te bewegen organiseert hij/zij ‘bewegingservaringen’. Hij/zij zet (hulp)middelen in, geeft uitleg en instructie, demonstreert, geeft toelichting en geeft feedback op de uitvoeringswijze. Hij/zij past waar nodig bewegingssituaties aan aan de cliënt(en) en de omstandigheden. De beginnend beroepsbeoefenaar geeft daarnaast adviezen aan cliënt(en)  collega’s en betrokkenen om het bewegen van cliënt(en) te stimuleren, bijvoorbeeld over bewegen in de woon- en leefomgeving, een gezonde leefstijl en het gebruik van beweegaccommodatie, materialen en middelen.

P4-K1-W4 Monitort de voortgang van het bewegingsagogisch-programma

De beginnend beroepsbeoefenaar meet regelmatig de vorderingen en bepaalt in hoeverre de doelstellingen uit het bewegingsagogisch programma behaald zijn. In overleg met de cliënt(en), betrokkenen en het (multi- of interdisciplinaire) team stelt hij/zij zo nodig het bewegingsagogisch programma bij zodat de doelstellingen alsnog behaald kunnen worden. Aan het eind van het bewegingsagogisch programma verzamelt hij/zij gegevens voor de evaluatie van het bewegingsagogisch programma, analyseert de gegevens en reflecteert op zijn eigen handelen. Hij/zij rapporteert de vorderingen, bijstellingen en de bevindingen uit de evaluatie aan het (multi- of interdisciplinaire) team.